Leerstof

 

In dit deel van deze gids willen we U een indruk geven van wat een kind bij ons op school zoal leert.

Want al houden we bij ons onderwijs rekening met de belevingswereld van de kinderen en de actualiteit, toch ligt de leerstof voor een groot deel vast in de methoden die we gebruiken.

Groep 1-2

De aanpak in de kleutergroepen verschilt van die in de andere groepen. Ook de inrichting van de lokalen en de manier van werken is anders.
Spelenderwijs wordt er gewerkt aan:

In deze groepen wordt er vanuit thema’s gewerkt.
Het werken in deze groep start drie keer per week vanuit de kring. Hier begint de schooldag en hier keren de kinderen ook steeds weer terug. Vanuit de kring wordt er gespeeld en gewerkt in hoeken, aan tafels, in de speelzaal en op het plein met allerlei (ontwikkelings)materialen, speelgoed en spelletjes. Twee keer per week gaan de kinderen gelijk bij binnenkomst spelen/aan het werk
 
Bij de jongste kleuters, die pas op school zitten, ligt er veel nadruk op het wennen aan het naar school gaan. Er is veel aandacht voor gewoontevorming en regelmaat. Leren gebeurt vooral door spelen. Al spelend verkennen en ontdekken de leerlingen de wereld rondom hen.

Na een aantal maanden, als de kinderen goed gewend zijn en zich veilig voelen, worden er meer eisen gesteld en opdrachten gegeven zoals: oefenen van technieken, spelen met ontwikkelingsmateriaal.
Als de kinderen een jaartje ouder zijn gaan we steeds meer werken aan de verfijning van de motoriek, de taal- en reken- en functie- ontwikkeling. De leerkracht heeft daarbij een meer sturende rol. Op een speelse manier worden de oudste kleuters activiteiten aangeboden die voorbereiden op het leren van lezen, rekenen en schrijven in
groep 3. Naast het spel krijgen de kinderen opdrachten op papier (werkbladen). De meeste kinderen zitten twee tot tweeënhalf jaar in een kleutergroep. Aan het eind van groep 2 ( indien mogelijk reeds eerder)  wordt beslist of een kind toe is aan groep 3 (zie zorg).

DAGINDELING KLEUTERGROEPEN

De school begint om half negen en eindigt om twaalf uur  ( op woensdag om 12.15 uur) ’De middag is op  maandag, dinsdag en donderdag  van 13.00 uur tot 15.00 uur. Woensdag- en vrijdagmiddag zijn de kinderen vrij. De deur is tien minuten voor aanvang van de les open.  De activiteiten voor de dag , waaruit een keuze gemaakt wordt, zijn:

  • Voorlezen / vertellen
  • Gym / spel / drama
  • Werken met ontwikkelingsmateriaal
  • Muzikale vorming
  • Spelen/werken
  • Beeldende expressie/knutselen
  • Taal-, lees- en rekenactiviteiten

Al deze activiteiten vinden plaats rond een bepaald thema. Dit thema kan door de leerkrachten bedacht zijn, maar ook door de kinderen. De volgorde van de activiteiten is wisselend en staat vermeld op het activiteitenplan dat in de klas hangt. De kinderen kunnen dit zien op de dagritmekaarten.

We beginnen meestal in de kring. De kinderen hebben even de tijd elkaar te begroeten, met elkaar te praten en eventueel meegenomen materiaal te bekijken. De kalender wordt bijgehouden en de absenten opgenomen. In de kring kunnen de kinderen hun verhaal kwijt, bijvoorbeeld over wat ze in hun vrije tijd gedaan hebben; over iets dat ze hebben meegenomen.
Na de kring gaan de kinderen spelen en werken in de hoeken of aan tafels. Eén of twee groepjes kinderen werken onder directe begeleiding van de leerkracht. De overige kinderen werken zelfstandig aan tafel of in de hoeken met of zonder opdracht.

Nadat de kinderen gespeeld en gewerkt hebben komen ze bij elkaar in de kring voor een korte drinkpauze. Na deze drinkpauze krijgen de kinderen gym of een spelles in de speelzaal of wordt er buiten gespeeld.
Naast activiteiten in een grote kring, waar voorgelezen wordt, liedjes worden gezongen en muziek gemaakt en verjaardagen gevierd worden zijn er ook activiteiten die meer in een kleine kring gedaan worden. Deze activiteiten zijn meer gericht op specifieke de taal-, reken- en leesontwikkeling voor een bepaalde groep.

Groep 3-8

Nadat de kinderen de kleutergroepen hebben doorlopen moeten ze nog ongeveer 6000 uur naar school. Waaraan besteden we nu al die tijd? In die zes jaar komen veel verschillende vakken aan bod, waarbij het zwaartepunt voor ons ligt op de basisvakken lezen, taal en rekenen. Maar we werken natuurlijk niet alleen aan deze vakgebieden. Er komen ook andere zaken aan bod, echter niet in ieder schooljaar hetzelfde of in dezelfde intensiteit. In onderstaande tabel wordt globaal aangegeven hoeveel tijd er gemiddeld per week aan de verschillende vakgebieden gemiddeld wordt besteed.

Gemiddeld aantal uren per vakgebied / per week

Lezen

Het voorbereidend lezen
In de kleutergroepen vinden voorbereidende activiteiten plaats voor het lezen. Er wordt aandacht besteed aan:

Het aanvankelijk lezen
In groep 3 wordt voor het leren lezen de aanvankelijk leesmethode VEILIG LEREN LEZEN gebruikt.
Bij deze methode leren de kinderen woordjes lezen, waarbij gelijktijdig geleerd wordt uit welke letters de woordjes bestaan. Met deze letters leren kinderen nieuwe woordjes lezen.
Hierbij wordt gebruik gemaakt van verschillende middelen en materialen, zoals wandplaten, grote voorleesboeken, letterdozen, leesboekjes, werkschriftjes, spelletjes en computerprogramma’s.

Bij de start van groep 3 wordt gekeken welk leesniveau de kinderen hebben om daar vervolgens op aan te sluiten.
Kinderen die zich het lezen in de kleutergroep eigen hebben gemaakt, werken op een ander niveau.

Technisch lezen
Na het aanvankelijk lezen ligt in eerste instantie de nadruk vooral op het technisch lezen. Kinderen worden in kleine groepjes verdeeld en oefenen op verschillende niveaus met de boekjes uit de leeskast.
Kinderen kunnen daarbij begeleiding krijgen van kinderen uit de hoogste groepen. Om te kijken op welk niveau het kind het best kan oefenen wordt er regelmatig getoetst. Bij deze toets lezen de kinderen een tekst bij één van de leerkrachten. Deze indeling noemen we AVI niveaus. Voor kinderen die veel moeite hebben met het technisch lezen wordt een apart programma gemaakt om ze verder te helpen.

Begrijpend lezen
In de hogere leerjaren komt de nadruk bij het leesonderwijs steeds meer te liggen op het begrijpend en studerend lezen. Vanaf groep 4 wordt dit geoefend met de methode GOED GELEZEN.
Over stukken tekst moeten de kinderen allerlei vragen beantwoorden. Er zijn lessen die samen gedaan worden met de leerkracht en er zijn kaartlessen, waarmee de kinderen zelfstandig aan de slag gaan.

Leesbeleving
Om kinderen plezier te laten beleven aan het lezen, wordt er veel voorgelezen, organiseren we leesprojecten, hebben we de beschikking over een uitgebreide bibliotheek met allerlei soorten boeken op niveau en een documentatiecentrum met informatieve boeken. Verder doen we mee met een project rond de kinderboekenweek, het voorleesontbijt en de nationale voorleeswedstrijd.

BIBLIOTHEEK

Eén keer per week kunnen de leerlingen een boek lenen uit de schoolbibliotheek. Ook hiervoor komen ouders op school die bij het ruilen helpen en de administratie hiervan bijhouden. Hebben de kinderen na veertien dagen het boek nog niet uit, dan moeten ze de leentijd verlengen. De leerlingen uit groep 3 kunnen na de Kerst ook gebruik gaan maken van de bibliotheek.

Nederlandse Taal

Voor het taalonderwijs bij ons op school maken we vanaf groep 4 gebruik van de methode TAALJOURNAAL voor taal en TAAL OP MAAT voor spelling.
In groep 3 wordt het taalonderwijs, inclusief spelling, gecombineerd met het aanvankelijk lezen. In de kleutergroepen vallen de taalactiviteiten onder het voorbereidend lezen.
Sinds september 2006 maken we voor het taalonderwijs gebruik van de methode TAALJOURNAAL
In deze methode:

De lessen woordenschatontwikkeling, taalbeschouwing, waaronder ontleden, zijn hoofdzakelijk groepsgebonden lessen, waarbij de leerkracht instructie geeft en de kinderen de leerstof verwerken.
Voor de overige doelen werken de kinderen , individueel of in groepjes, twee à drie dagen per week aan keuzeactiviteiten. De resultaten worden verzameld in een portfolio en gepresenteerd aan de klas.
De blokken, die elk twee weken in beslag nemen, worden afgesloten met een toets en de eerder genoemde presentaties.

Voor het spellingsonderwijs maken we gebruik van de methode TAAL OP MAAT. Elke week worden er één of meerdere spellingscategorieën aangeboden. De regel wordt aangeleerd en met de bijbehorende woorden worden geoefend. Bij elke categorie hoort een klassenplaat en een sticker voor in het schrift. Om de woorden te oefenen maken de kinderen gebruik van een werkboek en computerprogramma’s .
In de groepen 4 t/m 8 worden de onveranderlijke woorden aangeleerd. Vanaf groep 6 wordt gestart met de werkwoordsspelling, die in de groepen 7 en 8 verder uitgebreid wordt. Als geheugensteun maakt ieder kind een “spelling spiekschrift” als naslagboekje. Elke week wordt er een dictee gegeven en na 4 weken volgt een controledictee.

Rekenen/Wiskunde

In de kleutergroepen wordt aandacht besteed aan :

Voor het Rekenonderwijs maken we vanaf groep 3 gebruik van de methode “REKENRIJK”.
Dit is een zogenaamde realistische rekenmethode. Dit betekent onder andere dat de methode uitgaat van concrete situaties uit het dagelijks leven, die liggen in de belevingswereld van kinderen. Ook leren de kinderen dat er verschillende oplossingsmethoden, strategieën, zijn. De nadruk ligt op inzichtelijk rekenen.

In de methode komen de volgende leerstofonderdelen aan bod:
Getalbegrip, rekenen tot 20, hoofdrekenen tot 100, de tafels, voortgezet hoofdrekenen, cijferen, breuken en kommagetallen, procenten, meten en meetkunde . Hierbinnen krijgen de onderwerpen verhoudingen, schattend rekenen en rekenmachine invulling. De leerstof is ingedeeld in blokken van drie weken. Na 10 lessen wordt gecontroleerd of de kinderen de leerstof begrepen hebben en wordt er herhalings- of verrijkingstof aangeboden. De instructielessen en zelfstandig werklessen wisselen elkaar af.

Globaal komen de volgende rekenonderdelen per leerjaar aanbod:

Wereldoriëntatie

Op heel veel momenten wordt gesproken over de wereld om ons heen en brengen we kinderen kennis bij over het heden en verleden van de aarde. In de groepen 1 t/m 4 gebeurt dit thematisch, vaak in projectvorm.
Vanaf groep 5 worden er aparte methoden gebruikt voor de verschillende vakken. Ook wordt er door middel van klassengesprekken, spreekbeurten, school t.v., projecten en werkstukjes aandacht besteed aan deze vakken.
Veel leerstof kan met behulp van de computer geoefend worden.
Voor de verschillende vakgebieden maken we gebruik van:

Aardrijkskunde (en topografie): WIJZER DOOR DE WERELD
Groep 5 : kennismaking met Nederland
Groep 6 : Nederland
Groep 7 : Europa
Groep 8 : De wereld

Geschiedenis : BIJ DE TIJD
Vanaf groep 5 keren ieder jaar dezelfde zes tijdvakken in dezelfde volgorde terug. Deze zes tijdvakken zijn de prehistorie, de Romeinse tijd, de Middeleeuwen, de 16e/17e eeuw, de 18e/19e eeuwen de 20e eeuw. De kennis van deze tijdvakken wordt ieder jaar verder uitgebreid. Bovendien wordt ieder jaar een geografische component toegevoegd: Nederland, Europa en tenslotte de wereld.

Natuuronderwijs : NATUURLIJK
De methode ‘Natuurlijk’ biedt de kinderen basiskennis aan door begrippen die een centrale plaats innemen in de natuur, bijvoorbeeld voortplanting en ontwikkeling, diversiteit en mobiliteit, energie en kracht, licht, geluid en warmte, vloeistoffen en gassen en voeding.
Daarnaast wordt er aandacht besteed aan het ontwikkelen van onderzoeksvaardigheden.

EHBO lessen
In groep 8 krijgen alle kinderen EHBO lessen. Deze lessen worden afgesloten met een examen. Voor dit Jeugd EHBO diploma, wordt een kleine financiële bijdrage aan u gevraagd i.v.m. de aanschaf van o.a. verbandmiddelen en de examenkosten.

Verkeer : KLAAROVER
In de groepen 3 t/m 6 worden allerlei gedrags- en verkeersregels aangeleerd. In groep 7 worden de verkeerslessen afgesloten met een theoretisch en praktisch verkeersexamen.

Werkstukken en spreekbeurten

Voor het maken van werkstukken en spreekbeurten kunnen de kinderen gebruik maken van het documentatiecentrum, waar ze onder leiding van ouders boeken kunnen lenen. Ook kan er informatie opgezocht worden via internet. Voor het leren maken van werkstukken zijn er speciale boekjes met werkbladen (informatieboekjes) aangeschaft. Vanaf groep 4 maken de kinderen hier gebruik van.

  

Engels

In de groepen 7 en 8 wordt Engels gegeven. We werken bij ons op school met de methode:  HELLO WORLD
Met behulp van deze methode wordt de Engelse taal actief en passief eigen gemaakt. De thema’s sluiten direct aan bij de belevingswereld van de kinderen.

Schrijven

De leerlingen op De Fuut leren schrijven met de methode SCHRIJFTAAL. Deze methode sluit aan bij het voorbereidend en aanvankelijk schrijven in de kleutergroepen. In groep 3 wordt dagelijks geschreven. In de groepen 4 t/m 6 wordt er gemiddeld één uur per week aandacht besteed aan het schrijf onderwijs. In de groepen 3 t/m 6 ligt de nadruk vooral op het methodisch schrijven. In de laatste twee leerjaren verschuift de aandacht naar het ontwikkelen van een eigen handschrift. Naast het methodisch schrijven wordt er in de methode ook veel gedaan aan het schrijven op tempo en het creatief schrijven.

Creatieve vakken

In de eerste twee leerjaren op school is de creatieve vorming van de kinderen geïntegreerd in het totale programma. Vanaf groep 3 wordt gemiddeld drie uur per week aan de creatieve vakken besteed. Onder de creatieve vakken vallen: tekenen, handvaardigheid, muziek en drama. Voor deze vakgebieden wordt gebruik gemaakt van de methode MOET JE DOENDRAMA,TEKENEN EN HANDVAARDIGHEID en EIGEN-WIJS voor muziek. Deze vakken brengen evenwicht in het lesprogramma; niet alleen het leren heeft de nadruk, ook de creatieve vorming. Toch zien we deze vakken niet louter als ontspanning. Ook hier geven we les en proberen we een zo goed mogelijk resultaat na te streven. Het gaat dan vaak om het aanleren van technieken voor de verschillende vakgebieden, die weer bij andere activiteiten gebruikt kunnen worden.

Bewegingsonderwijs

Kinderen hebben behoefte aan bewegen. In groep 1 en 2 staat het bewegingsonderwijs dagelijks op het programma. Er wordt in de klas, op het schoolplein of in het speellokaal gespeeld. Dit is vooral belangrijk voor hun lichamelijk ontwikkeling. Ook kunnen zij op deze manier hun energie kwijt.

De kinderen uit de groepen 3 t/m 8 krijgen tweemaal per week bewegingsonderwijs.  De groepen 4 t/m 6  krijgen één keer per week les van een vakleerkracht en één keer van de eigen juf of meester, de groepen 7 en 8  twee keer per week van de vakleerkracht.

Naast deze lessen krijgen de kinderen van de groepen 3 en 4 twee jaar zwemonderwijs in het zwembad in Monnickendam. Hiervoor wordt door de gemeente een eigen bijdrage gevraagd.

SCHOOLZWEMMEN

Doelstelling van het schoolzwemmen:

  • Het behalen van de diploma’s A en B.
  • Voor kinderen die reeds in het bezit zijn van deze diploma’s het bijbrengen van een goede zwemconditie
  • Het aanleren van verschillende facetten van het zwemmen, zoals wedstrijdslagen, starten, kunstzwemmen, survivalzwemmen en reddend zwemmen. Hiervoor kunnen de kinderen het schoolbrevet I of II behalen.

Computeronderwijs

Al een aantal jaren wordt op school met computers gewerkt. In de kleutergroepen staat er in iedere klas minimaal één en vanaf groep 3 staan er minimaal drie computers, die aangesloten zijn op een netwerk.

De computers worden gebruikt ter ondersteuning van de lessen, bijv. woordjes lezen, spelling, sommen, tafels en topografie oefenen en stukjes tekst verwerken voor werkstukken, schoolkrant etc.. Ook leren de kinderen informatie op te zoeken op internet en emailen.
De kleuters leren onder leiding van enkele ouders met de computer te werken. We hebben voor hen speciale programma’s aangeschaft.

Voor het leren omgaan met de computer en programma’s maken we gebruik van de methode BASISBITS. De kinderen Van groep 6, 7 en 8 werken zelfstandig dit programma door en ontvangen dan hun “digitale rijbewijs”.