Leerstof

In dit deel van deze gids willen we U een indruk geven van wat een kind bij ons op school zoal leert. Want al houden we bij ons onderwijs rekening met de belevingswereld van de kinderen en de actualiteit, toch ligt de leerstof voor een groot deel vast in de methoden die we gebruiken.
Groep 1-2
De aanpak in de kleutergroepen verschilt van die in de andere groepen. Ook de inrichting van de lokalen en de manier van werken is anders.
Spelenderwijs wordt er gewerkt aan:
- de sociale en emotionele ontwikkeling
- de taal-, lees- en rekenontwikkeling
- de creatieve ontwikkeling
- de lichamelijke en motorische ontwikkeling
- de cognitieve ontwikkeling
In deze groepen wordt gewerkt met thema’s. Het werken start meestal vanuit de kring. Hier begint de schooldag en hier keren de kinderen ook steeds weer terug. Vanuit de kring gaan kinderen spelen en werken in hoeken, aan tafels, in de speelzaal en op het plein met allerlei ontwikkelingsmaterialen, speelgoed en spelletjes.
Bij de jongste kleuters, die pas op school zitten, ligt er veel nadruk op het wennen aan het naar school gaan. Er is veel aandacht voor gewoontevorming en regelmaat. Leren gebeurt vooral door spelen. Al spelend verkennen en ontdekken de leerlingen de wereld om zich heen.
Na een aantal maanden, als de kinderen goed gewend zijn en zich veilig voelen, worden er meer eisen gesteld en opdrachten gegeven zoals: oefenen van technieken, spelen met ontwikkelingsmateriaal.
|
Groep 3-8
Nadat de kinderen de kleutergroepen hebben doorlopen moeten ze nog ongeveer 6000 uur naar school. Waaraan besteden we nu al die tijd?
In die zes jaar komen veel verschillende vakken aan bod, waarbij het zwaartepunt voor ons ligt op de basisvakken lezen, taal en rekenen. Maar we doen natuurlijk niet alleen deze vakgebieden. Er komen ook andere zaken aan bod, echter niet in ieder schooljaar hetzelfde of in dezelfde intensiteit. In onderstaande tabel wordt globaal aangegeven hoeveel tijd er per week aan de verschillende vakgebieden gemiddeld wordt besteed.
Gemiddeld aantal uren per vakgebied / per week
Lezen
Het voorbereidend lezen
In de kleutergroepen vinden voorbereidende activiteiten plaats voor het lezen. Er wordt aandacht besteed aan:
- boekoriëntatie
- het verhaalbegrip
- de functie van geschreven taal
- de relaties tussen geschreven en gesproken taal
- de mondelinge communicatie
- de woordenschat
- leesvoorwaarden en letterkennis
Het aanvankelijk lezen
In groep 3 wordt voor het leren lezen de aanvankelijk leesmethode VEILIG LEREN LEZEN gebruikt.
Bij deze methode leren de kinderen woorden lezen, waarbij gelijktijdig geleerd wordt uit welke letters de woorden bestaan. Met deze letters leren kinderen nieuwe woorden lezen.
Hierbij wordt gebruik gemaakt van verschillende middelen en materialen, zoals wandplaten, grote voorleesboeken, letterdozen, leesboekjes, werkschriftjes, allerlei spelletjes en computerprogramma’s.
Bij de start van groep 3 wordt gekeken welke letterkennis en welk leesniveau de kinderen hebben om daar vervolgens op aan te sluiten.
Kinderen die zich het lezen in de kleutergroep eigen hebben gemaakt, werken op een ander niveau.
Technisch lezen
Na het aanvankelijk lezen ligt in eerste instantie de nadruk vooral op het technisch lezen. Kinderen lezen individueel of in tweetallen met de boeken uit de schoolbibliotheek. Deze boeken zijn volgens de nieuwste AVI systematiek ingedeeld. Niveau M4 staat voor niveau midden
groep 4, E6 staat voor eind groep 6 etc. Op deze wijze sluiten we goed aan bij het niveau van de kinderen. Om te kijken op welk niveau het kind het best kan oefenen, moeten de kinderen regelmatig een tekst lezen bij één van de leerkrachten.
Tijdens de leeslessen geeft de leerkracht een korte instructie over leestechnieken en leest de leerkracht met individuele of groepjes kinderen. De kinderen uit groep 3 en 4 kunnen begeleiding krijgen van kinderen uit de hoogste groepen.
Voor kinderen die veel moeite hebben met het technisch lezen, of dyslectisch zijn, wordt een apart programma gemaakt om ze verder te helpen.
Begrijpend lezen
In de hogere leerjaren komt de nadruk bij het leesonderwijs steeds meer te liggen op het begrijpend en studerend lezen. Vanaf groep 4 wordt dit geoefend met de methode GOED GELEZEN. Momenteel oriënteren we ons op een nieuwe methode voor begrijpend lezen.
Over stukken tekst moeten de kinderen allerlei vragen beantwoorden.
Er zijn lessen die samen gedaan worden met de leerkracht en er zijn kaartlessen, waarmee de kinderen zelfstandig aan de slag gaan.
Leesbeleving
Om kinderen plezier te laten beleven aan het lezen, wordt er veel voorgelezen, organiseren we leesprojecten, hebben we de beschikking over een uitgebreide bibliotheek met allerlei soorten boeken op niveau ingedeeld en doen we mee met een project rond de kinderboekenweek.
De school doet mee met het voorleesontbijt en de nationale voorleeswedstrijd.
Elke groep bezoekt jaarlijks een activiteit in de bibliotheek.
|
Nederlandse Taal
In groep 3 wordt het taalonderwijs, inclusief spelling, gecombineerd met het aanvankelijk lezen. In de kleutergroepen vallen de taalactiviteiten onder het voorbereidend lezen.
Vanaf groep 4 maken we gebruik van de methode TAALJOURNAAL voor taal en TAAL OP MAAT voor spelling.
In de methode TAALJOURNAAL:
- wordt rekening gehouden met de verschillende leerstijlen van kinderen
- neemt het zelfstandig werken/leren en samenwerken een belangrijke plaats in
- wordt gedifferentieerd naar tempo, taalvaardigheid en interesse
- komen alle taalonderdelen, zoals woordenschatontwikkeling, taalbeschouwing (waaronder ontleden) , spreken, luisteren en schrijven aan bod
De lessen woordenschatontwikkeling, taalbeschouwing, waaronder ontleden, zijn hoofdzakelijk groepsgebonden lessen, waarbij de leerkracht instructie geeft en de kinderen de leerstof verwerken.
Voor de overige doelen werken de kinderen, individueel of in groepjes, twee à drie dagen per week aan keuzeactiviteiten. De resultaten worden verzameld in een portfolio en gepresenteerd aan de klas.
De lessen, die elk twee weken in beslag nemen, worden afgesloten met een toets en de eerder genoemde presentaties.
In de methode TAAL OP MAAT worden elke week één of meerdere spellingscategorieën aangeboden. De regel wordt aangeleerd en geoefend met daarbij horende woorden. Bij elke categorie hoort een klassenplaat en een sticker voor in het schrift. Om de woorden te oefenen maken de kinderen gebruik van een werkboek en computerprogramma’s .
In de groepen 4 t/m 8 worden de onveranderlijke woorden aangeleerd. Vanaf groep 6 wordt gestart met de werkwoordsspelling, die in de groepen 7 en 8 verder uitgebreid wordt.
Als geheugensteun maakt ieder kind een “spelling spiekschrift” als naslagboekje.
Elke week wordt er een dictee gegeven en na 4 weken volgt een controledictee.
Rekenen/Wiskunde
In de kleutergroepen wordt aandacht besteed aan:
- de ruimtelijke oriëntatie ( plaats, tijd en richting)
- hoeveelheidsbegrippen , begrippen uit de rekentaal, ordening( groeperen, classificeren, vergelijken en seriëren )
- tellen ( akoestisch tellen, tellen van hoeveelheden en gestructureerd tellen) en getalbegrip
- meten, wegen en tijd
Voor het Rekenonderwijs maken we vanaf groep 3 gebruik van de methode REKENRIJK.
Dit is een zogenaamde realistische rekenmethode. Dit betekent onder andere dat de methode uitgaat van concrete situaties uit het dagelijks leven, die liggen in de belevingswereld van kinderen. Ook leren de kinderen dat er verschillende oplossingsmethoden, strategieën, zijn.
In de methode komen de volgende leerstofonderdelen aan bod:
Getalbegrip, rekenen tot 20, hoofdrekenen tot 100, de tafels, voortgezet hoofdrekenen, cijferen, breuken en kommagetallen, procenten, meten en meetkunde . Hierbinnen krijgen de onderwerpen
verhoudingen, schattend rekenen en rekenmachine invulling.
De leerstof is ingedeeld in blokken van drie weken. Na elk blok wordt gecontroleerd of de kinderen de leerstof begrepen hebben. De instructielessen en zelfstandig werklessen wisselen elkaar af.
Globaal komen de volgende rekenonderdelen per leerjaar aan bod:
Groep 3: werken met rekenkundige begrippen, tellen en terugtellen tot 100, getalstructuur tot 20, herkennen en schrijven van de cijfers tot 20, optellen, het aftrekken, splitsen, aanvullen en samenvoegen tot 20, klokkijken, geldrekenen, meten
Groep 4: inzicht in de telrij en getalstructuur tot 100, optellen en aftrekken tot 100, tafels 1 t/m 10, klokkijken, meten, werken met geld
Groep 5: inzicht in de getalstructuur tot 1000, optellen en aftrekken tot 1000, uitspreken en lezen van getallen tot 100.000, vermenigvuldigen (tafels tot 10), delen, met en zonder rest, voorbereidend cijferen, klokkijken, meten, inhoudsmaten, gewichten, geldsommen
Groep 6: inzicht in de getalstructuur tot 10.000, verkennen van getallen t/m miljoenen, cijferend optellen en aftrekken, vermenigvuldigen, eenvoudige breuken, inzicht in metriek stelsel, werken met grafieken en tabellen
Groep 7: inzicht in getalstructuur tot 1.000.000, cijferend rekenen, breuken, werken met procenten, metriek stelsel
Groep 8: verdere uitbouw, toepassing van de geleerde reken- en wiskundestof
N
aast de methoden wordt gebruik gemaakt van computerprogramma’s om diverse rekenonderdelen te oefenen.
Wereldoriëntatie
Op heel veel momenten wordt gesproken over de wereld om ons heen en brengen we kinderen kennis bij over het heden, verleden en de natuur van de aarde. In de groepen 1 t/m 4 gebeurt dit thematisch, vaak in projectvorm.
Vanaf groep 5 worden er aparte methoden gebruikt voor de verschillende vakken. Ook wordt er door middel van klassengesprekken, spreekbeurten, school t.v., projecten en werkstukjes aandacht besteed aan deze vakken.
Veel leerstof kan met behulp van de computer geoefend worden.
Voor de verschillende vakgebieden maken we gebruik van:
Aardrijkskunde (en topografie): GEOBAS
Groep 5 : kennismaking met Nederland
Groep 6 : Nederland
Groep 7 : Europa
Groep 8 : De wereld
Geschiedenis : BIJ DE TIJD
Vanaf groep 5 keren ieder jaar dezelfde zes tijdvakken in dezelfde volgorde terug. Deze zes tijdvakken zijn de prehistorie, de Romeinse tijd, de Middeleeuwen, de 16e/17e eeuw, de 18e/19e eeuw en de 20e eeuw. De kennis van deze tijdvakken wordt ieder jaar verder uitgebreid. Bovendien wordt ieder jaar een geografische component toegevoegd: Nederland, Europa en tenslotte de wereld.
Natuuronderwijs : NATUURLIJK
De methode Natuurlijk biedt de kinderen basiskennis aan door begrippen die een centrale plaats innemen in de natuur, bijvoorbeeld voortplanting en ontwikkeling, diversiteit en mobiliteit, energie en kracht, licht, geluid en warmte, vloeistoffen en gassen en voeding.
Daarnaast wordt veel aandacht besteed aan het ontwikkelen van onderzoeksvaardigheden.
Verkeer : KLAAROVER
KLAAR OVER – groep 3
Stap vooruit van VVN – groep 4
Op voeten en fietsen van VVN – groep 5 en 6
Jeugdverkeerskrant van VVN – groep 7
De bladen voor groep 4 t/m 7 uitgegeven voor Veilig Verkeer Nederland verschijnen twee keer per maand. In de groepen 4 t/m 5 worden allerlei gedragsregels aangeleerd. In groep 7 worden de verkeerslessen afgesloten met een theoretisch en praktisch verkeersexamen.
Werkstukken en spreekbeurten
Naast de lessen voor aardrijkskunde, geschiedenis en natuurkennis maken de kinderen vanaf groep 5 werkstukken. Voor het maken hiervan
kunnen de kinderen gebruik maken van het documentatiecentrum, waar
ze onder leiding van ouders boeken kunnen lenen. Ook kan er informatie opgezocht worden via internet. Kinderen krijgen op school de tijd om aan hun werkstuk te werken. Vaak vinden kinderen het fijn om ook thuis iets te doen.
Voor het leren maken van werkstukken zijn er speciale boekjes met werkbladen (informatieboekjes) aangeschaft. Vanaf groep 4 maken de kinderen hier gebruik van.
Naast het maken van werkstukken, houden de kinderen vanaf groep 4 één of meerdere spreekbeurten. De onderwerpen variëren per groep.
Om de kinderen te laten wennen mogen ze in groep 4 en 5 in tweetallen een spreekbeurt houden.
Engels
In de groepen 7 en 8 wordt Engels gegeven. We werken bij ons op school met de methode: HELLO WORLD
Met behulp van deze methode wordt de Engelse taal actief en passief eigen gemaakt. De thema’s sluiten direct aan bij de belevingswereld van de kinderen.
Schrijven
De leerlingen op De Fuut leren schrijven met de methode: PENNENSTREKEN. Deze methode sluit aan bij het voorbereidend en aanvankelijk schrijven in de kleutergroepen. In groep 3 wordt dagelijks geschreven. In de groepen 4 t/m 6 wordt gemiddeld één uur per week aandacht besteed aan het schrijfonderwijs. In de eerste leerjaren ligt de nadruk vooral op het methodisch schrijven. In de hogere leerjaren verschuift de aandacht naar het ontwikkelen van een eigen handschrift. Naast het methodisch schrijven wordt er in de methode ook veel gedaan aan het schrijven op tempo en het creatief schrijven.
Creatieve vakken
In de eerste twee leerjaren op school is de creatieve vorming van de kinderen geïntegreerd in het totale programma. Vanaf groep 3 wordt gemiddeld drie uur per week aan de creatieve vakken besteed. Onder de creatieve vakken vallen: tekenen, handvaardigheid, muziek en drama. Voor deze vakgebieden wordt gebruik gemaakt van de methode MOET JE DOEN –DRAMA,TEKENEN, HANDVAARDIGHEID en MUZIEK. Deze vakken brengen evenwicht in het lesprogramma; niet alleen het leren heeft de nadruk, ook de creatieve vorming. Toch zien we deze vakken niet louter als ontspanning. Ook hier geven we les en proberen we een zo goed mogelijk resultaat na te streven. Het gaat dan ook om het aanleren van technieken voor de verschillende vakgebieden, die weer bij andere activiteiten gebruikt kunnen worden.
Bij de creatieve vakken worden ieder jaar verschillende accenten gelegd. Op deze wijze komen in vier jaar alle culturele en erfgoedonderdelen aan bod.
Voor de groepen 5 t/m 8 organiseren we op een aantal vrijdagmiddagen
workshops. Tijdens deze workshops krijgen de kinderen technieken en activiteiten aangeboden die om een kleine setting vragen.
Voor de muzieklessen van de groepen 3 t/m 8 komt een muziekleerkracht van de muziekschool wekelijks een half uur muziekles geven.
Bewegingsonderwijs
Kinderen hebben behoefte aan bewegen. In groep 1 en 2 staat het bewegingsonderwijs dagelijks op het programma. Er wordt in de klas, op het schoolplein of in het speellokaal gespeeld. Dit is vooral belangrijk voor hun lichamelijk ontwikkeling. Ook kunnen zij op deze manier hun energie kwijt.
Elke dag gymmen de kleuters ’s morgens in het speellokaal.
Bij mooi weer gaan de kinderen ook wel naar buiten.
‘s Middags wordt er (als het weer het toelaat) buiten gespeeld.
De kinderen uit de groepen 3 t/m 8 krijgen tweemaal per week bewegingsonderwijs van een vakleerkracht.
|
Computeronderwijs
Al een aantal jaren wordt op school met computers gewerkt.
In de kleutergroepen staat er in iedere klas minimaal één en vanaf groep 3 staan er minimaal drie computers, die aangesloten zijn op een netwerk. De computers worden gebruikt ter ondersteuning van de lessen, bijv. woordjes lezen, spelling, sommen, tafels en topografie oefenen en stukjes tekst verwerken voor werkstukken, schoolkrant etc.. Ook leren de kinderen informatie op te zoeken op internet, e-mailen en powerpoint presentaties te maken.
De kleuters leren tijdens de werklessen met de computer te werken. We hebben voor hen speciale programma’s aangeschaft.
Voor het leren omgaan met de computer en programma’s maken we gebruik van de methode BASISBITS. De kinderen vanaf groep 6 werken met dit programma en ontvangen een “digitale rijbewijs”.
